Een yoga-aspect

Stuiken; pas op voor blessures!

Stuiken is de tegenovergestelde beweging van strekken, ofwel het in elkaar drukken van het weefsel, danwel de druk op dat weefsel. Dit geeft een niet te verwaalozen risico op blessures.

Pas op met stuiken!

De Booghouding  — in een semi-draadfiguurtje de afbeelding hieronder  — een goed voorbeeld om uit te leggen wat wij verstaan onder stuiken. Als we iets buigen dan moet het materiaal aan de ene kant uitrekken en de andere kant inklinken. Dit ‘inklinken’ komt overeen met “stuiken”.

Stuiken in een semi-draadfiguurtje.

Bij de veronderstelde dame nu op de afbeelding hierboven, stuikt het bij haar onderrug. Dit is aangeven met een rode punt. Het gebied van strekken ligt aan haar voorzijde (vloerzijde) met de nadruk op haar buik. Zolang het om zacht weefsel gaat, zoals spier- bind- en vetweefsel, is het stuiken van het weefsel geen probleem. Dit weefsel puilt meestal zonder problemen zijwaarts uit. Nog een voorbeeld is de Purna Catakasana.

De druk op het weefsel

Het probleem ontstaat waar botweefsel ander botweefsel ontmoet. Bij kinderen is hier over de tijd nog wat aanpassing mogelijk, maar bij volwassenen kan alleen het tegenover liggend weefsel op den duur wat langer worden. Ook al kan het weefsel niet ineenschuiven blijven we dit stuiken noemen, het gaat namelijk om de druk die op het weefsel wordt uitgeoefend.

Op de randen van de gewichten kan stuiken irritatie van het weefsel veroorzaken. Door de bijbehorende genezing kan zelfs botaangroei ontstaan, zodat eerder minder lenigheid ontstaat. Dus moeten vooral ouderen oppassen met stuiken. Bij te veel bereiken we het omgekeerde van wat we zoeken. Bij jonge kinderen kan er uit stuiken met mate over de tijd iets van aanpassing voortkomen. Hieruit is een flink deel van de verschillen in lenigheid te verklaren. Bij de bewaking van het struiken en strekken, ligt er ook een rol voor de docent.